in Taal

Een komma voor ‘en’, mag dat nou wel of niet, en waarom?

A. Bakker uit Hoorn schreef het volgende bericht aan de Volkskrant. ‘In de bijlage van 15 maart schrijft Aimée Kiene over het misbruik van de komma (…) Aimée schrijft in het artikel twee keer een komma voor het voegwoord ‘en’. Ik heb geleerd dat juist voor het voegwoord ‘en’ geen komma moet worden gebruikt. Of is dat een vrije keuze?’

Kiene schreef in haar redactioneel zelfs drie keer een komma voor ‘en’. Aan het begin: ‘Paulien Cornelisse (schrijver, cabaretier, en onze voorpaginacolumnist) …’. En verderop nog twee keer: ‘Want wie weet, schrijft Cornelisse, helpt het als je snapt waar je ergernis vandaan komt, en kun je met meer welwillendheid en humor naar andermans taalgebruik kijken. Het is een les in een verdraagzamere manier van leven die me aanspreekt, en in het gesprek zitten meer van dat soort achteloze, zeer nuttige wenken.’

Mag dat? ‘Vaak wordt gedacht dat nooit een komma moet worden geplaatst voor het woordje en. Dit is niet juist’, aldus het Volkskrant Stijlboek. Onze Taal: ‘Is het waar dat er nooit een komma voor en mag staan? Nee, dat is niet waar.’ Taaladvies.net: ‘Een oude schoolregel luidt dat je nooit een komma voor en mag zetten (…) Toch kan in bepaalde gevallen wel een komma voor en geplaatst worden.

Wanneer hoort het niet? In een nevenschikking van twee korte zinnen: ‘Het is droog en de zon schijnt.’ En in een opsomming zoals ‘rood, wit en blauw’. Die eerste komma voor ‘en’ in Kienes voorwoord was dus niet nodig. In keurig Engels schrijft men in opsommingen wel een komma voor ‘en’, de zogenoemde Oxfordkomma. In een Nederlandse opsomming kan zo’n komma als een anglicisme worden beschouwd.

Hoor je bij het lezen van een zin een pauze voor ‘en’, of acht je die wenselijk, dan is een komma toegestaan. In de tweede zin van Kiene (‘Want wie weet…’) lijkt zo’n pauze wenselijk.

Het eerste deel van Kienes derde zin met komma voor ‘en’ eindigt op een bijzin. In zo’n geval is een komma voor ‘en’ altijd nodig, schrijft Taaladvies. Die zin had ook als twee zinnen kunnen worden geformuleerd: ‘Het is een les in een verdraagzamere manier van leven die me aanspreekt. In het gesprek zitten meer van dat soort achteloze, zeer nuttige wenken.

Een komma voor ‘en’ is onmisbaar ‘als duidelijk moet worden gemaakt dat een volgend zinsdeel geen deel uitmaakt van een opsomming’, aldus het Stijlboek. Voorbeeld van Onze Taal: ‘In dat rijtje is de eerste groter dan de tweede, en de derde groter dan de vierde.’

Onze Taal geeft ook de volgende twee voorbeelden, die overigens beide voor interpretatieproblemen zorgen: ‘Ik zag Ella, de moeder van Veerle, en Lucas’ en ‘Ik zag Ella, de moeder van Veerle en Lucas’. Is Ella de moeder van Veerle? Of van Veerle en Lucas? Of van geen van beiden?

Geschreven voor de Volkskrant